Bierbrouwen

Het brouwen vindt plaats in de keuken, door 2 (of 3) groepen van 2 (of 3) personen. Je dient zelf groepen te formeren. Twee personen per groep is voldoende, maar het totale aantal studenten maakt soms ook groepen van drie noodzakelijk. Elke groep heeft één brouwmeester die de leiding heeft en de bierlogkaart invult en de verantwoording tegenover de docent.

Je kunt zelf een bierrecept uitzoeken (voor 15 liter wort). Het moet een bovengistend bier zijn. Dat betekent dat bieren van het pilstype, die bij lage temperaturen moeten gisten en rijpen, niet mogelijk zijn, maar overigens kun je in overleg met de docent alle kanten op. Bierrecept en brouwmeester moeten tijdig bepaald zijn, zodat de verschillende mout- en hopsoorten aangeschaft kunnen worden. Voor eventuele andere ingrediënten, zoals honing of kruiden, moet je zelf meebrengen.

Het brouwen wordt uitgevoerd door alle leden van de groep. We beginnen om 9.30 en zo’n brouwdag duurt totdat de wort in vaten te fermenteren wordt gezet in het lab, gewoonlijk rond 16.00 uur. Zorg dat je weet wat er zich bij het schroten, brouwen, koken, koelen en filtreren afspeelt. Je vindt dat in de module biertechnologie.

Na 7 á 10 dagen moet het bier worden overgeheveld in schone vaten. Dat is een klusje van een uur. Er moeten nu ook flessen worden gewassen als dat nog niet eerder is gebeurd, zodat die klaarstaan als er gebotteld moet worden. Je dient zelf te zorgen voor de kratten, de flessen (alleen pijpjes, halve liters en beugelflessen zijn minder geschikt) en het schoonmaken daarvan. Het wordt ook tijd voor het maken van etiketten.

Twee weken na het brouwen kan het bier worden gebotteld. Je eindigt gewoonlijk met ca. 11 liter bier, voldoende voor anderhalve krat europijpjes. Zorg dus dat je die schone flessen gereed hebt staan als er gebotteld moet worden en desinfecteer ze met sulfiet en citroenzuur. De flessen moeten ook worden geëtiketteerd: twee labels, één met de naam van het bier en één met informatie over de ingrediënten, de inhoud, het alcoholgehalte, de productiedatum en de brouwers. Het bier moet dan nog nagisten op fles en rijpen.
Na ongeveer een maand kan het geproefd worden, maar meestal is het pas echt lekker na 3 tot 6 maanden. Na een tot anderhalf jaar gaat de smaak achteruit omdat de gist afsterft en autolyseert.
Koel het bier tot 10-12 °C voor je het drinkt en behandel de flesjes voorzichtig zodat de gist op de bodem blijft. Schenk het in één keer uit in een groot glas en laat de laatste 2 cm met de gist in de fles.

Twee geëtiketeerde flessen blijven achter op school. De rest kun je meenemen voor € 0.25 per fles. Van het hele productieproces wordt door de brouwmeester een logboek bijgehouden. Dit wordt bewaard in een speciale map in het laboratorium: daar kun je ook de recepten van je voorgangers raadplegen.

Algemene werkwijze voor het brouwen van bier.
Bierlogkaart (Word)
Ingrediënten (Excel)
Recepten

  • Gerst: gerst als graan , afb: Gewone (tweerijïge) en zesrijïge Gerst, Tweerijïge Gerst, Gerst in het veld,
  • Mout: moutsoorten , afb: mouten
  • Hop : afb: Hop1, Hop2
  • Gist: Gist microscoopfoto, Gist fasecontrast-microscoop, Gist electronenmicroscoop
    Eigenschappen van biergistrassen

  • Giststarter
    De halfwaardetijd van bierschuim, practicumproef uit Levensmiddelentechnologie (Word-document)
    Bierbelvorming, een artikeltje van Karel Knip (Alledaagse Wetenschap)
    Beersong (je hebt er Flash-player voor nodig, 1.7 Mb, niet schrikken van waarschuwingen, er zit geen virus in!)
    One more Tuborg, please... filmpje (5 Mb).